LOKO >> Speeches >> 1998: Vraagstukken uit de kwaliteitswetenschappen
1998: Vraagstukken uit de kwaliteitswetenschappen
Written by Webmaster Tuesday, 25 September, 2007

Uitgesproken door Loes Geuens, vertegenwoordiger op de Academische Raad.



Beste studenten,
Beste niet-studenten,

zoals wel vaker gebeurt, werd het schrijven van onze toespraak doorkruist door de actualiteit. Onze ererector is erin geslaagd de rustige aanloop naar het academiejaar grondig te verstoren. Zoals volgens hem buitenlanders met verbazing kijken naar het slagveld na het eerste jaar, zo keken wij met verbijstering naar het plan van de man. We begrijpen niet waarom hij ter vervanging van de niet-geslaagde eerstejaars een veelvoud hiervan wil opofferen voor het eng economische denken, omdat een toelatingsproef meer en onschuldiger slachtoffers zal maken. Dillemans' ideeën worden geheel overbodig wanneer men eindelijk een verantwoord oriënteringsbeleid zou voeren.

Daarom vinden we dat vandaag iets anders onze aandacht verdient:
Bijna veertig jaar geleden sloot België zijn schoolpact. Zo kreeg de verzuiling, de verregaande institutionalisering van het maatschappelijke middenveld, vat op de onderwijswereld. De toen broodnodige pax ideologica consolideerde de politiek-filosofische verhoudingen na tien jaar van levensbeschouwelijke strijd. Anno 1998 vertoont het bouwwerk van de verzuiling echter grote barsten. Op dit ogenblik beroeren de oude passies immers niet langer de harten. Een ingrijpend herdenken en herstructureren van de samenleving lijkt zich op te dringen. Dit belooft één van de grote uitdagingen te worden voor de volgende decennia.
In dit kader leek in de onderwijswereld het afgelopen jaar heel wat te bewegen. Denken we maar aan het debat over de depolitisering van de ARGO, de groeiende gelijkschakeling van de financiering van de officiële en de gesubsidieerde scholier, op academisch niveau het eerste voortgangsrapport van ererector Dillemans en de daarop gebaseerde beslissingen die voormalig Minister van Onderwijs Luc Van den Bossche begin april publiceerde. Centraal in diens besluitvorming stond het begrip 'kwaliteit'. Wij citeren De Standaard van 8 april: 'Kwaliteit primeert. Regionale of levensbeschouwelijke argumenten inroepen voor het voortbestaan van de studierichting kan niet meer als de kwaliteit niet aanwezig is.'

Toch is dit niet altijd evident. De gebeurtenissen omtrent de opleiding kinesitherapie waren hier een pijnlijk voorbeeld van. Het schijnt ons toe dat sommigen zich hebben laten leiden door ideologische overwegingen. Of waren dit slechts voorwendsels?

Om tot een Vlaamse universitaire ruimte te komen, waar enkel kwaliteitsargumenten kunnen spelen en geen regionale of ideologische belangen, worden verschillende oplossingen voorgesteld. Zo pleit Professor Etienne Vermeersch voor één pluralistische universiteit Vlaanderen, anderen, zoals onze Gentse collega's, pleiten voor volledig pluralistische instellingen. Ook LOKO maakte de denkoefening en kwam tot wat we zouden kunnen noemen een impliciet pluralisme.
Impliciet pluralisme houdt in dat op elk vlak kwaliteit moet primeren, en dat deze kwaliteit hét structurerende principe wordt van de Vlaamse universitaire ruimte. En dit zowel intern als extern, met andere woorden: evenzeer binnen de afzonderlijke universiteiten als op universiteitsoverstijgend gebied.
Impliciet pluralisme op intern niveau betekent dat alle beleidsbeslissingen van hoog naar laag, louter op kwaliteitsargumenten gefundeerd zijn, van Gebu tot POK, van RVS tot Alma. Dit uit zich onder andere in het opleidingsaanbod. Men kan slechts een kwaliteitsvoile opleiding aanbieden, indien men degelijk onderzoek verricht en in staat is dit onderzoek in degelijk onderwijs te vertalen. Daarnaast zou wetenschappelijk onderzoek de grootst mogelijke openheid en pluriformiteit aan de dag moeten leggen.

Ook de curriculumopbouw mag enkel op kwaliteit gestoeld zijn. Verborgen ideologische agenda's, moeten te vuur en te zwaard uitgedreven worden. De K.U.Leuven mag haar studenten immers geen katholieke lijn opdringen. Dit past niet in een studentgerichte visie op onderwijs. Een op kwaliteit geïnspireerde curriculumopbouw impliceert dan ook onvermijdelijk een diepgaande reflectie over het licentieplichtvak 'Vraagstukken uit de Godsdienstwetenschap'.
Eveneens in het personeelsbeleid van de universiteiten moet het kwaliteitsdenken primeren. Op dit vlak is er dringend nood aan een geïntegreerde visie. Een kwaliteitsvol personeelsbeleid steunt volgens ons op drie pijlers. Ten eerste een benoemings- en bevorderingsbeleid waarin het onderwijsen het onderzoeksdossier mekaars gelijken zijn. Ten tweede verplichte onderwijskundige vorming, wanneer men begint te doceren en op geregelde tijdstippen in de verdere loopbaan. Ten derde, een politiek van functioneringsgesprekken. Mocht blijken dat een uitgebreide remediëringsprocedure op manifeste onwil stuit dan moeten de verschillende instellingen de mogelijkheid krijgen sanctionerend op te treden.

Impliciet pluralisme op extern niveau betekent dat kwaliteit het kader is waarbinnen de Vlaamse universiteiten zich tot elkaar verhouden. Herverdeling en herstructurering van opleidingen over uniefs moeten gebeuren op basis van kwaliteitsargumenten. Hiertoe dienen de externe evaluaties tot nuttigere, maar vooral explicietere instrumenten gemaakt te worden. Indien alle instellingen zich intern aan de hoger beschreven kwaliteitsvoorschriften houden, kan levensbeschouwing in onze geseculariseerde samenleving niet langer een hindernis vormen voor interuniversitaire samenwerking. Dit houdt vooral een oproep in aan de universitaire overheden tot verantwoordelijkheid en volwassenheid. Kinesitherapie bewijst immers dat levensbeschouwing ook vandaag de dag nog kan gebruikt worden als rectoraal vijgenblad.

Wij pleiten hier niet voor de kruisiging van de K van de K.U.Leuven. De discussie over de kwaliteit van onze universiteit is van een hogere orde en staat los van deze K. Wat die ene letter echter alleszins niet mag, is afbreuk doen aan de kwaliteit van ons onderwijs. Daarnaast mag men niet uit het oog verliezen dat er gemeenschapsgelden in het spel zijn. Binnen de huidige maatschappelijke context kan niet langer verdedigd worden dat hiermee een ideologie wordt uitgedragen.
Kunnen we er dan niet beter meteen voor pleiten de K te schrappen? Met andere woorden, waarom niet ijveren voor een expliciet pluralisme dat naast alle inhoudelijke ook alle formele levensbeschouwelijke invloeden opgeeft? Neen, het is net dat formele kader dat op vele vlakken de identiteit en het imago van de K.U.Leuven bepaalt. In die ene letter zit 500 jaar geschiedenis gebald. Bovendien vormt de K internationaal het uithangbord van de K.U.Leuven, haar handelsmerk. Dit alles zomaar overboord willen gooien, lijkt ons overbodig en eerder te getuigen van een beperkte visie.

De verzuilde structuren waarop onze maatschappij nog steeds steunt, waren een geschikte oplossing op het ogenblik van hun genese. Nu echter beantwoorden ze niet meer aan de geëvolueerde maatschappelijke eisen. De samenleving heeft nood aan het creëren van een nieuw, zuilloos kader. We kunnen het ons niet veroorloven aan deze plicht te verzaken omwille van het consolideren van een aantal gevestigde machtsfactoren. Met het hier geformuleerde project voor het universitaire landschap willen we een denkkader aanbieden dat getransponeerd kan worden naar het gehele Belgische maatschappelijke veld. Laat dit een oproep zijn tot maatschappelijke vernieuwing met respect voor het verleden, maar vooral met visie op de toekomst.

Ik dank u.