LOKO >> Speeches >> 2003: Eén Leuven! Twee snelheden?
2003: Eén Leuven! Twee snelheden?
Written by Webmaster Tuesday, 25 September, 2007

Uitgesproken door Bram Delen, vertegenwoordiger op Onderwijsraad.



Beste studenten,
Beste niet-studenten,

Er ruist wat door het struikgewas, de rector is op tocht. Als een Vlaamse Napoleon trekt hij door het onderwijslandschap, waar hij zich associeert met zowat alles en iedereen. Meer dan 40% van de Vlaamse studenten werd zo ingelijfd. Maar net zoals Napoleon dreigt ook de rector zich vast te lopen in een Russische winter. Veroveren is zijn tweede natuur, hervormen ondertussen ook. De hervormingswind - of kan men eerder spreken van een strenge vorst - is volop aan de gang. De grote roerganger wil dat zijn plannen doorgevoerd worden, nog voor december. Op de laatste Academische Raad stelde de rector zijn grootscheepse project voor: twee van de vier studentenvertegenwoordigers vliegen eruit, de decanen krijgen een adviserende functie en zo houdt ons beider Academische Raad op te bestaan. Wie ook maar een beetje benul heeft van de machtsverhoudingen binnen onze Alma Mater, beseft maar al te goed dat zo de inspraak van studenten, maar ook van de decanen, gefnuikt wordt, ondanks onze beleidsgezinde speech van vorig jaar. Wij, studenten, samen met de assistenten, professoren en decanen zijn de soldaten van onze Napoleon-rector. Er wordt van ons terecht coöperatie verwacht in plaats van afbraakpolitiek, maar wanneer wij onze goodwill tonen, worden we terstond met de glimlach opzij geschoven. De rector creëerde een roemrijke associatie, de grootste, de mooiste en de meest katholieke, maar het wordt er ééntje zonder studentenvertegenwoordigers. In zijn magnifieke kasteel is geen plaats voor voetvolk. U heeft gelijk, we overdrijven; we zullen natuurlijk wel ergens mogen zetelen, maar we willen méér zijn dan de kamerplant van dienst. Door deze hervormingen wordt onze Alma Mater steeds meer een bedrijf en steeds minder een academische instelling. Niet voor niets omschrijft the Catholic Encyclopedia de term 'rector magnificus' als 'president'. Waar onze president spreekt over een evenwicht tussen efficiënt beleid en academische vrijheid, zien we in praktijk machtsconcentratie en management ontstaan. Nog even en de Financieel Economische Tijd kondigt een beursgang aan. Nochtans zijn wij geboren uit de 'universitas'-gedachte, ze is onze sterkte en wij wensen het zo te houden. Ooit stond hier nog een geboren redenaar die zei: "We zijn een vrije universiteit, met democratische inspraak op alle niveaus, misschien een wat begeleide, maar geen geleide democratie." Het mag duidelijk zijn dat de huidige rector op een andere golflengte zit.

En terwijl onze rector duchtig andere steden annexeert, blijkt dat zijn eigen kasteel op instorten staat. We zijn inderdaad de grootste. Het is alleen maar de vraag: hoelang nog? Want waarom zou een student vandaag nog kiezen voor Leuven? In al de internationaliserings-, en associëringsdrang heeft men immers iets belangrijks over het hoofd gezien. We worden meer en meer geconfronteerd met 'een Leuven van de twee snelheden'. Het hoge tempo van de institutionele hervormingen kan nauwelijks worden bijgebeend door de sociale sector. En dit treft ons in ons dagdagelijks bestaan: onze maaltijd, ons kot en onze gezondheid. De sociale sector, vroeger dé grote Leuvense troef, begint meer en meer op Ground Zero te lijken. De sector kampt met gebrek aan financiering, visie en leiding.

Neem nu het Psychotherapeutisch Centrum. Dit functioneert gebrekkig; het centrum is onder-bemand, onder-gefinancieerd en over-bevraagd. Van een dertienkoppige vaste staf wordt verwacht psychologische hulp te bieden aan ongeveer duizend studenten per jaar. Dit is gewoon niet realistisch. En het wordt alsmaar erger; de werkdruk neemt toe. Steeds meer studenten bezoeken het centrum in de hoop een oplossing te vinden voor hun specifieke problemen. En die los je niet in een handomdraai op. Als gevolg zien we de wachtlijsten exploderen. Ons psychotherapeutisch centrum slaagt er daardoor met moeite in een volwaardig alternatief te bieden voor de privé-sector. Indien men in de toekomst kleine maar ook minder kleine drama's wil vermijden, hebben we een centrum nodig dat zijn zware en belangrijke taak naar behoren kan vervullen.

Ook het huisvestingsdossier leest als een blunderboek van onze Alma Mater. Toegegeven, hier ligt de voornaamste verantwoordelijkheid bij het stadsbestuur. Burgemeester Tobback houdt van gezinnen in het centrum. Zij betalen belastingen. Wij daarentegen hebben betalen slechts taksen en hebben toch geen stemrecht. Door een reeks maatregelen die de facto hebben geleid tot een kotenstop groeide in Leuven een tekort aan studentenkamers. Concreet betekent dit dat een kot vandaag gemiddeld 250 euro per maand kost en laat ons eerlijk zijn: dit is schan-da-lig duur. Geen enkele Vlaamse stad scoort slechter. Als je bovendien de pech hebt later op het jaar aan te komen, zoals buitenlandse studenten, mag je al van geluk spreken een slecht kot te vinden dat dan nog duur is ook.

De K.U. Leuven koos ervoor om de problemen pas op te lossen als deze zich stelden. Het verdict luidt: schuldig door verzuim. De Huisvestingsdienst en LOKO waarschuwen al jaren voor het nakende kotentekort, en wat doet de coördinator studentenbeleid? Niets, hij reageert niet. Toen het probleem zich in september 2002 acuut stelde, kon de grote K.U. Leuven met al haar internationaal prestige, met al haar invloed in het Vlaamse onderwijslandschap slechts aan haar personeelsleden vragen om tijdelijk een dakloze buitenlandse student in huis te nemen. Wat een afgang! We zijn nu één jaar later en het kotentekort is er nog steeds. Gelukkig werden onlangs ambitieuze plannen bekend gemaakt: men sprak van duizend extra kamers. Uiteraard juichen wij dit toe, maar met een wrange smaak in de mond. Deze oplossing komt drie jaar te laat. Vele Leuvense studenten zullen de komende jaren letterlijk de rekening mogen betalen voor deze laksheid.

En de Griekse tragedie van de sociale sector eindigt niet met het Psychotherapeutisch Centrum, noch met het huisvestingsprobleem. Wij presenteren u ons lichtpunt in hongerige dagen: Alma, hét zorgenkind van de sociale sector. De laatste jaren is het oude vlaggenschip van de studentenvoorzieningen verzeild geraakt in een echte overlevingsstrijd. En of Alma deze zal winnen is twijfelachtig. De omzet heeft een gigantische duik genomen door veranderde voedselgewoonten, officiële en verdoken prijsstijgingen alom en vermindering van maaltijdkwaliteit. Het antwoord van de directie is naar aloude gewoonte een kleine prijsstijging en - net niet - de afschaffing van de gratis frieten, het laatste heilige huisje van Alma. Net zoals in het huisvestingsdossier reageerde de academische overheid veel te traag. De stilaan legendarische hervormingsdrang van onze Napoleon-rector was en is hier ver zoek. Het is duidelijk dat de totaal ontspoorde personeelskost Alma langzaam wurgt; ondanks ons aandringen vallen de noodzakelijke ontslagen niet. Toch blijft, op Alma's Raad van Beheer, de volhardende directie gesteund door de vertegenwoordigers van de academische overheid. Bovendien hypothekeert Alma's toestand voor een stuk de werking van de gehele sociale sector, die sowieso al extra aandacht nodig heeft. De subsidies voor Alma zijn uiteraard zinvol, maar dan mogen ze niet in de bodemloze put verdwijnen die men sinds jaren zorgvuldig aan het graven is.

De gemiddelde student huivert van de stelling "vroeger was het beter". Maar toch, vroeger sprak op deze dag een rector de woorden: "Voor ons zijn de toelagen voor de sociale sector geen toemaatje. En ik waarschuw: men kan ter zake geen wig drijven tussen de universiteit en haar studenten. De studenten zijn de universiteit, en wij zijn solidair, met hen en hun belangen. Dit is geen demagogie. Het is een correcte opstelling. Omdat studenten belangrijk zijn."
Meer middelen is slechts de eerste stap van een lange mars. Een financieel gezond beleid en een succesvolle uitvoering van de taken van de sociale sector kunnen de student, en bij uitbreiding werknemer, van deze Alma Mater alleen maar ten goede komen. Het zou onze universiteit aantrekkelijker maken voor nieuwkomers. Bovendien staan er heel wat competente medewerkers te popelen om hun tanden te zetten in het logge apparaat en de vastgeroeste dossiers. De bergen die deze enthousiastelingen moeten verzetten, zijn echter reusachtig, de krachten waar zij mee te maken krijgen vaak onvermurwbaar, maar noteer alvast dat de studenten, zij aan zij met de K.U. Leuven en het stadsbestuur, de bal aan het rollen willen brengen. Wij, wij willen de Russische winter voor zijn.