LOKO >> Speeches >> 2004: De koe en de haas
2004: De koe en de haas
Written by Webmaster Tuesday, 25 September, 2007

Uitgesproken door Tom Vandebosch, vertegenwoordiger op Academische Raad.



Beste studenten,
Beste niet-studenten,

Een nieuw academiejaar, een nieuwe minister van onderwijs, bijna een nieuwe rector. Het Napoleontische tijdperk loopt op zijn laatste benen en omdat we nog niet weten wie de hertog van Wellington zal zijn, richten we ons dit jaar in het bijzonder tot u, mijnheer de Minister, en tot uw nieuwe collega's. Enkele zaken vereisen namelijk uw aandacht.

Om te beginnen: het lang verwachte decreet over de academische lerarenopleiding. Als studenten pleiten we ervoor dat de lerarenopleiding een volwaardige masteropleiding wordt met voldoende aandacht voor de praktijk van het lesgeven. De student kan deze master onmiddellijk na de bachelor volgen. Na afloop mag hij les geven in alle jaren van het secundair onderwijs.

Op ons verlanglijstje staat ook de uitbreiding naar twee jaar van de master in de wetenschapsrichtingen. Als we onze economische toppositie in de wereld willen handhaven, zijn goed opgeleide wetenschappers onontbeerlijk. Onze Franstalige landgenoten hebben dit reeds begrepen en zullen net als de rest van Europa een vijfjarige opleiding aanbieden.

Wat het participatiedecreet betreft, vragen we u niet om wijzigingen, de studénten van deze instelling zijn namelijk zeer tevreden. Zo tevreden dat wíj niet naar het Arbitragehof zullen stappen. We vragen u alleen om erop toe te zien dat dit decreet uitgevoerd wordt.

Vandaag leggen we de nadruk op uw opus magnum, de herziening van de basisfinanciering van het hoger onderwijs. Eén van mijn voorgangers behandelde dit onderwerp vijf jaar geleden al. Helaas bleef het sindsdien oorverdovend stil, ondanks beloftes van de toenmalige minister en rectoren.

Het oude financieringssysteem was gebaseerd op studentenaantallen. Daardoor begonnen de universiteiten elkaar te beconcurreren. Alle middelen waren daarbij geoorloofd, denk maar aan de vele opzichtige advertentiecampagnes. Maar ondanks al die campagnes verkiezen steeds meer studenten een expeditie naar de voormalige Rijksuniversiteit Gent of de gezellige huiskamer van de K.U.Brussel boven onze eigen avontuurlijke Alma Mater. Dat vinden we niet erg.

We willen niet aan de grootste universiteit studeren, maar wel aan de beste. Nochtans willen we het kind niet met het badwater weggooien. Blijf de universiteiten financieren op basis van het studentenaantal! Want om goed te zijn, moet een universiteit groot genoeg zijn. En eerlijk gezegd: is er in Vlaanderen wel plaats voor zes universiteiten?

Studentenaantallen zijn dus de basis, maar waarom beloont het financieringssysteem de kwaliteit niet? Kwaliteit? Van wat? Laten we eens nagaan wat een universiteit kwaliteitsvol maakt. We richten ons hiervoor op de drie basisopdrachten van een universiteit. Dit zijn (1) maatschappelijke dienstverlening, (2) onderzoek en (3) onderwijs.

We beginnen met de maatschappelijke dienstverlening. De universitaire gemeenschap moet op een zinvolle manier deelnemen aan het maatschappelijk debat. Maar hoe kan je dat meten? We kunnen de financiering van een universiteit toch niet laten afhangen van het aantal lezersbrieven in De Standaard. Krijgt het GeBu ons geld dan wel geteld?

De financiering hangt dus niet af van de maatschappelijke dienstverlening. Misschien hangt de financiering wel af van het onderzoek, want een goede universiteit levert goed onderzoek.

De basisfinanciering betaalt nu onder meer de lonen van de professoren. Professoren verrichten onderzoek. Dus wordt het onderzoek van de professoren betaald door de basisfinanciering. De kwaliteit van dat onderzoek is dus van belang voor de financiering, maar volgens ons mag dat niet te zwaar doorwegen. Het onderzoek wordt tenslotte al gefinancierd vanuit de "tweede geldstroom". Dit zijn onderzoeksfondsen van de overheid die worden toegekend op basis van kwaliteitscriteria.

Onderzoek is dus ook niet het belangrijkste criterium. Voor de studenten is vooral belangrijk wat de universiteit met haar onderzoek doet. Dit onderzoek moet leiden tot goed onderwijs. De financiering moet dus wel afhankelijk zijn van de kwaliteit van het onderwijs.

We passen opnieuw de regel van drie toe en onderscheiden drie criteria van goed onderwijs: (1) de vorm, (2) de inhoud en (3) de externe appreciatie.

Laten we beginnen met (1) de vorm. De vorm is goed als de professoren goed les geven. Ook de begeleiding van studenten is belangrijk, vooral in de eerste jaren. Zonder twijfel kunnen we dit kwaliteitsaspect het best meten door studentenbevragingen. Want, zeg nu zelf, wie kan dit beter beoordelen dan de studenten?

Niet alleen (1) de vorm is belangrijk, maar ook (2) de inhoud, wat we leren. Uiteraard willen we de juiste dingen leren, maar dat volstaat niet. Studenten moeten ook een kritische houding hebben tegenover wat ze leren. Deze kwaliteit meet je het best door peer review, professoren die elkaars vakken evalueren.

Ten derde (3) moet het onderwijs ook extern geapprecieerd worden. De K.U.Leuven is geen eiland. We willen ook naar de buitenwereld toe een goede indruk maken, want dit bepaalt mee de waarde van ons diploma. Vooral voor wie naar het buitenland wil, is dit belangrijk. Maar goede rankings mogen geen doel an sich zijn. Een goede vorm en een goede inhoud volstaan. De rest vloeit daaruit wel voort.

Laten we even recapituleren. Wij zien de basisfinanciering als volgt: je vertrekt van een basisbedrag per student. Dit bedrag vermenigvuldig je met een kwaliteitsfactor. En met kwaliteit - dat weten we al - bedoelen we niet de maatschappelijke dienstverlening en de externe appreciatie van het onderwijs, maar wel het onderzoek en vooral de vorm en de inhoud van het onderwijs.

Ik weet het, u vraagt zich nu nog steeds af wie de koe is en wie de haas? Nog even geduld...

De onderwijskwaliteit in het algemeen wordt op dit moment al gecontroleerd door de Nederlands-Vlaamse Accreditatie Organisatie. Ze baseren zich hierbij op de visitatierapporten. Maar pas op! Als visitaties gebruikt worden om onze financiering te bepalen, lopen we dan niet het risico onszelf beter voor te stellen dan we zijn om meer geld te krijgen? Terwijl de sterkte van de visitaties er net in bestaat dat we onszelf kritisch bevragen.

Kwaliteit is belangrijk, maar tegen welke prijs? Een goede instelling realiseert met beperkte middelen een hoge onderwijskwaliteit. Hieruit blijkt de efficiëntie van een instelling, namelijk dat ze met dezelfde middelen een betere kwaliteit kan garanderen. Een opleiding in Brussel of Diepenbeek moet het rooien met evenveel middelen als diezelfde opleiding in Gent of Leuven.

Let wel: de universiteiten mogen de kosten niet verhalen op de student. Wat ons betreft, verdient een dure opleiding voor de student zelfs minder overheidsgeld. Kwaliteitsvolle opleidingen zijn belangrijk, maar ze moeten voor iedereen open staan. De inschrijvingsgelden zijn vrij laag, maar vaak duiken nog extra kosten op. Samen met de nieuwe coördinator studentenbeleid zal LOKO de studiekosten van deze universiteit in kaart brengen.

Mijnheer de minister, beste toehoorders, u hebt het al begrepen, we vragen niet zozeer meer geld, maar wel een juiste verdeling. De nieuwe basisfinanciering moet twee componenten verzoenen: het algemeen belang en het belang van de student, met andere woorden de efficiëntie en de onderwijskwaliteit. Studentenaantallen zijn het vertrekpunt, maar daarnaast moet ook de kwaliteit beloond worden. En hier komt ie dan! Het is niet in de grootte alleen gelegen, want anders zou de koe de haas wel vangen.

Namens de Leuvense studenten dank ik u.